Haiku Gedachten

Haiku’s zijn klein, maar kunnen grote indrukken nalaten, als rimpels op een vijver na het werpen van een klein steentje. Ze lijken soms bedrieglijk simpel, maar zijn vaak onverwacht diep en gelaagd. Haiku draait om witruimte en het lezen tussen de regels, en vaak om wat er net niét staat.
Kortom: haiku is een kunst.
Omdat er meer in haiku zit dan de verpakking doet vermoeden en er dus meer in gelezen kan worden dan wat er (slechts) staat, is er over haiku al zeer veel gepubliceerd en beweerd, door dichters, academici en anderen. Haiku wordt immers al vier eeuwen beoefend en heeft al een weg afgelegd, niet in het minst de transformatie toen haiku in de 20ste eeuw de kusten van Japan verliet en zich verspreidde over de rest van de wereld.
Op deze plaats zullen zowel lees- en schrijftips verzameld worden, maar ook interessante essays, visies, quotes en andere lectuur over haiku, ter lering, vermaak en verrijking van iedereen die er interesse in heeft. Die verzameling zal langzaam maar zeker groeien, kom dus zeker af en toe eens polshoogte nemen van de nieuwe toevoegingen.

Haiku The Basics


Een korte gids tot het schrijven van haiku

Kolibrie onder de gedichten, één-adem-poëzie, het gedicht van de flits, zo wordt haiku allemaal omschreven, waarbij het vaak vooral over de lengte lijkt te gaan.
Maar het grote verschil tussen de van oorsprong Japanse haiku en westerse dichtvormen zit niet in de lengte, maar in de manier hoe boodschap, betekenis en gevoel overgebracht worden.
In tegenstelling tot westerse poëzie ‘vertelt’ haiku niets, het ’toont’ iets aan de hand van zintuiglijk waarneembare indrukken of handelingen en wel op zo’n manier dat er impliciet een sterke suggestie vanuit gaat die door de lezer vertaald en ervaren kan worden als emotie, boodschap of symboliek. Net daarin schuilt het unieke karakter en de kracht van haiku; want een beeld zegt meer dan duizend woorden.
Je zou dus kunnen stellen dat westerse poëzie eerder expliciet is en haiku eerder impliciet. Een goede haiku is altijd groter aan de binnenkant dan aan de buitenkant. Daardoor heeft de lezer bij haiku ook een grotere rol dan bijvoorbeeld bij een sonnet van Shakespeare. Bij Shakespeare geniet je vooral van hoe mooi of ontroerend hij iets zegt, maar kan je echter niet anders dan zijn woorden en boodschap gewoon aanvaarden omdat hij namelijk letterlijk zegt wat hij bedoelt, zij het op een mooie, poëtische wijze.
Bij haiku moet de lezer zelf meer ontdekken, aanvoelen en invullen — vaak vanuit het eigen referentiekader — wat het correct en dieper lezen van een haiku soms uitdagend maakt, maar tegelijk ook zo mooi en deugddoend. Het gaat bij haiku ook om de ongeschreven woorden.
Dat is de befaamde witruimte bij haiku. De lezer moet meer kunnen lezen dan er staat.
De Brit R.H. Blyth, de man die in de jaren ’50 haiku definitief naar het Westen bracht, stelde het als volgt:
“Het lezen van haiku is vermoeiender dan het lezen van eender welke andere dichtvorm, maar ik weet niets dat meer voldoening schenkt.”

> De haikubril

Haiku is een manier van zien en van kijken naar de wereld om ons heen. Om aan haiku te doen moet je vooral door de juiste bril kijken; door een haikubril. En net als bij een nieuwe leesbril, duurt het soms even voor je ogen zich aanpassen. Maar eens je eraan gewend bent, zullen de dingen helder worden en zie je ze in een ander licht. Dan kan je haikumomenten zien, vangen en ze op de juiste manier weergeven.
Deze gids tracht een aantal belangrijke kenmerken en aandachtspunten van haiku te bundelen, om de essentie van haiku te behouden te midden van andere korte poëzievormen en westerse stijlfiguren, zoals aforismen, epigrammen en kort, lyrisch prozavers, die zeer vaak foutief vermomd en verkocht worden als haiku.
Kortom, een gids om scherp te kunnen zien door die haikubril.

> De vorm
De vorm van haiku is een ietwat controversieel onderwerp dat toch wel enige uitleg en context verdient.
Maximaal zeventien lettergrepen verdeeld over drie regels, dat vat de vorm van de hedendaagse haiku in feite samen.
Klassieke Japanse haiku’s telden bijna altijd zeventien ‘moren‘ (klankgroepen) die onderverdeeld waren in groepjes van 5, 7 en 5 volgens een traditioneel metrum. Dat aantal van zeventien moren vond zijn oorsprong in oude boeddhistische teksten. Haiku’s werden meestal ook gekalligrafeerd op één of meerdere verticale lijnen.
Toen de haiku naar het Westen kwam, werd ervoor gekozen om de vertalingen in zeventien lettergrepen te verdelen over drie regels in 5-7-5 vorm, om het toch herkenbaar als poëzie weer te geven, in navolging van de bladschikking van andere korte dichtvormen.
Eeuwenlang was die vaste vorm in Japan een belangrijk kenmerk van haiku, die in het begin van de 20ste eeuw door Shiki — de laatste van de klassieke haikumeesters — nogmaals bestendigd werd om het unieke karakter van haiku te bewaren. Hoewel er ook in het Oude Japan soms periodes of strekkingen waren die ervan afweken, zoals bijvoorbeeld ten tijde van de klassieke haikumeester Issa (1763-1828). Ook Shiki’s belangrijkste leerlingen hielden er na zijn dood verschillende visies op na.
Buiten Japan, en vooral in de Engelse taal, werd relatief snel afgeweken van de vaste 5-7-5 vorm, omwille van taalkundige eigenschappen en ook de westerse (poëtische) invloeden op de Japanse haiku. Haiku’s werden vaak iets korter, maar behielden doorgaans wel de kort-lang-kort-verdeling over drie regels.
De hedendaagse haiku kent vandaag twee stijlen: dichters die vasthouden aan de 5-7-5 vorm — omwille van de link met de traditie, de uitdaging en het spelelement — en dichters die een vrijere vorm gebruiken en de zeventien lettergrepen eerder zien als een maximum, om vooral in te zetten op een vloeiend leesritme, de snedigheid en een sterke(re) twist of clou.
Bovenal gaat het om een persoonlijke voorkeur en niet over kwaliteit, want dat ligt volledig aan de dichter zelf. Beide werkwijzen hebben voordelen, nadelen en valkuilen.

Als je gebruik maakt van de 5-7-5-vorm, is het vooral belangrijk dat elke lettergreep bijdraagt aan het beeld, om diepte en suggestie te verkrijgen, en niet enkel dient om het sommetje te doen kloppen. De haiku mag ook niet te lyrisch worden of aanvoelen als een stukje prozatekst. Tegelijk moet de haiku ook een vlot en natuurlijk leesritme behouden.
Het vergt vaak wat meer tijd en spelen met volgordes en synoniemen om je premisse zo goed mogelijk weer te geven — daarin schuilt ook net de charme voor voorstanders — maar uiteindelijk kan elke haiku mooi in de mal van 5-7-5 gegoten worden, al moet je als dichter dus creatief zijn en heel af en toe ook wat water bij de wijn doen.

Als je de vrijere vorm hanteert, kan je haiku’s vaak wat snediger of pakkender maken door zelf de regelverdeling te bepalen en ze iets korter te houden. Maar het mogen ook geen zogenaamde telegram-haiku’s worden, die soms té kort zijn en moeilijker leesbaar doordat (lid)woorden geschrapt worden. Door een gebrek aan adjectieven en andere kleine woordjes zoals voorzetsels, kunnen ze soms ook wat kil en generisch aanvoelen. Het ‘meer moeten kunnen lezen dan er staat’ mag niet verworden tot ‘de lezer moet het er maar mee doen’.

Welke vorm je ook kiest, haiku is en blijft een werkwoord en er moet altijd gestreefd worden naar goede, gelaagde poëzie met aandacht voor de ziel van haiku.

> Leestekens
Samen met de opkomst van de vrije vorm, viel ook gaandeweg het gebruik van leestekens weg. Dichters die haiku’s schrijven in 5-7-5 gebruiken vaak ook nog wel leestekens. Dichters die een vrije vorm hanteren, beperken zich tot het gedachtestreepje, beletselteken of helemaal niets.
Het gebruik van leestekens heeft als voordeel dat je zelf duidelijk kan aangeven waar de lezer moet pauzeren of overgaan naar een volgende notie in de haiku en hoe beide delen zich tot elkaar verhouden. In klassieke Japanse haiku’s werden daarvoor de kireji gebruikt — de snijwoorden — die niet enkel aangaven waar een (lees)pauze genomen moest worden, maar ook de onderlinge relaties tussen haikudelen aanduidden en er een gevoelswaarde aan gaven. De snijwoorden werden ook opgenomen in de 17 moren.

Een kort overzicht van leestekengebruik:

· punt: wordt gebruikt aan het einde van een notie binnen de haiku of aan het eind van de haiku zelf. Het geeft aan dat er geen duidelijk of gesuggereerd verband is tussen twee delen van de haiku, maar dat de lezer een eventuele link zelf kan en mag invullen.

· dubbele punt: geeft aan dat wat er volgt een verklaring is van het voorgaande en er een direct (en herkenbaar) verband is tussen beiden.

· komma: geeft een korte (lees)pauze aan alvorens door te gaan naar het volgende deel dat in verband staat met het vorige.

· puntkomma: wordt gebruikt bij de tweedeling van de haiku om aan te duiden dat de notie die volgt wel een zeker verband heeft met de vorige, maar het aan de lezer is om aan te voelen of in te vullen wat het is.

· gedachtestreepje( — ) : wordt gebruikt na een zintuiglijke waarneming om aan te duiden dat de haiku overgaat in een gedachte, gevoel of overpeinzing, of vice versa. Bij haiku’s in vrije vorm, zonder verder leestekengebruik, zal het gedachtestreepje de tweedeling aanduiden om een correcte eerste lezing te verzekeren of een korte (lees)pauze in te lassen voor contemplatie.

· beletselteken ( … ): geeft aan dat het einde van de regel of het einde van de haiku niet echt het einde is, dat er meer is en zo de lezer aanzet om er zelf verder over na te denken.

· uitroepteken: wordt gebruikt om iets te benadrukken of de aandacht naar iets toe te trekken.

Een veelvoorkomend argument voor het weglaten van leestekens is dat het haiku’s een meer open en neutraler aanzicht geeft, waardoor de inhoud beter naar voren komt en de lezer zelf ‘leestekens’ kan plaatsen. Het dient ook in zekere mate om een wat eigentijdser uitzicht aan haiku te geven, dat aansluit bij hedendaagse poëzie, waar hoofdletters en leestekens eerder een klassieke, traditionele ’feel’ geven.

Indien je geen leestekens gebruikt, moeten de correcte leeswijze en de tweedeling wel meteen duidelijk zijn. Een haiku is zeer kort en die eerste lezing en eerste indruk zijn zeer belangrijk. Als een haiku twee- of driemaal gelezen moet worden om hem goed te begrijpen, gaat veel van de spontane poëzie verloren. Bij twijfel kan dan toch best een gedachtestreepje of beletselteken gebruikt worden om de tweedeling of het kantelpunt in een haiku aan te duiden.

> Beeldend, objectief, in het hier en nu
Haiku is de poëzie van beelden, niet van woorden. Het is ook de poëzie van het moment, van de flits, daarom worden haiku’s zo goed als altijd in de tegenwoordige tijd geschreven. Zo wordt de lezer als toeschouwer meegenomen in het moment, alsof het nog bezig is, en kijkt hij door de ogen van de dichter.
Gebruik dus zintuiglijke waarnemingen als basis voor je haiku’s; mensen, dieren, bloemen, geluiden, kleuren en geuren. Vertel zelf niets, maar toon iets en laat het beeld spreken in plaats van de woorden. In een haiku moet minstens één duidelijk en op zichzelf staand beeld voorkomen, anders heb je gewoon een kort, lyrisch gedicht of prozavers.
Door het gebruik van zelfstandige naamwoorden geef je de lezer iets om naar te kijken, wordt een haiku automatisch meer beeldend en vermijd je lyriek.
Geef naar voorbeeld van Shiki’s shasei (schets uit het leven) de dingen ook weer zoals ze zijn; zo natuurlijk, waarheidsgetrouw en objectief mogelijk.
Een voorbeeld:
~
februarizon —
vleugels van aalscholvers
wijd opengespreid
~
Het is een waarheidsgetrouw beeld dat je aan elke waterkant kan zien en schijnbaar niet zo bijzonder is. En toch valt hier meer uit te halen dan je op het eerste zicht zou denken.
Het onderliggende thema van deze haiku is ‘de lonkende lente’ en het halsreikend uitkijken ernaar. De zon in februari kan soms al aangenaam warm zijn. De winter loopt ten einde, maar de lente is er nog niet. Aalscholvers jagen onder water maar hun verenpak is niet volledig waterdicht, dus moeten ze hun vleugels drogen in de zon of de wind. Dat is lastig in de winter, maar zodra de eerste warme voorjaarszon tevoorschijn komt, profiteren ze er volop van door vanop een kade of een boei hun vleugels volledig te spreiden en te baden in het zonlicht, alsof ze de lente met open armen ontvangen.

> Suggestief en zonder waardeoordeel
Omdat suggestie en het beeldende en objectieve aspect zo belangrijk zijn in haiku, moeten expliciete benoemingen van gevoelens vermeden worden. Zeg niet dat iets mooi is of dat iemand droevig of blij is, maar toon het op zo’n manier dat de lezer het er uit afleidt op zijn of haar eigen manier. Haiku kan alle soorten emoties bevatten of oproepen, maar steeds impliciet en onder het oppervlak.
Een voorbeeld:
~
zijn nieuwe fiets 
boven ‘t veld het buitelen
van kieviten
~
Iedereen kent wel de blijdschap als kind met een nieuwe fiets, voor je verjaardag of je communie. Door simpelweg het beeld van de nieuwe fiets af te spiegelen tegenover het kenmerkende buitelen van kieviten in het voorjaar, die wild loopings draaien in de lucht en hun acrobatie tonen, wordt de suggestie van intens plezier opgeroepen; de blijheid van het kind dat zelf haast ‘buitelt van plezier’. Het invullen en inkleuren van de witruimte is aan de lezer.
Een ander voorbeeld:
~
Tussen papieren
een oud kattebelletje.
Er stil van worden …
~

> Poëzie van het alledaagse in een heldere taal, met een twist
Haiku is niet lyrisch en al zeker niet episch. Het zoekt geen grote thema’s of dure woorden op, maar geeft alledaagse dingen weer op een niet-alledaagse wijze, in een eenvoudige en heldere taal, waardoor de intrinsieke poëzie ervan getoond wordt en ze plots bijzonder worden.
Door inspiratie te putten uit alledaagse dingen om ons heen, creëer je herkenningspunten en raakpunten voor de lezer in een intieme sfeer.
Een voorbeeld:
~
Een vroege fietser.
De plastic zak aan zijn stuur
vol met tegenwind.
~
Een puur beschrijvend beeld, maar met een kleine twist. Je voelt hier meteen de ondertoon van zwoegen, tegenslag, pech en koppigheid. En toch allemaal met een komische noot, omdat het zo herkenbaar is.
~
eenhoorn hand in hand
met de politieagent

kindercarnaval
~
Opnieuw een objectief beeld, dat door het correct waarnemen ervan het eigenaardige erin onderstreept en met wat humor de mooie, menselijke dwaasheid naar voren brengt.

> Tweedeling en juxta
Een tweedeling of een kantelpunt is wat een haiku onderscheid van een gewone volzin of proza en wat het net poëzie maakt. Een haiku kan bestaan uit een quasi doorlopende zin, maar zo goed als altijd bevatten haiku’s twee delen — twee noties — waartussen een snijpunt of een overgang zit, vaak met die verrassende twist.
Het tegenover elkaar plaatsen van twee zaken die op het eerste zicht niets met elkaar te maken hebben, noemen we juxtapositie of kortweg juxta.
Door twee beelden, of een beeld en een gedachte, naast elkaar te plaatsen ontstaat er automatisch een spanningsboog en een zekere suggestiviteit, waarmee de lezer aan de slag kan. Door middel van juxta kan een tegenstelling of eigenaardigheid tussen de twee delen weergegeven worden of net een sterke verbondenheid waar je die initieel niet zou verwachten.
Enkele voorbeelden:
~
zwaluwgekwetter
tot lang na zonsondergang 
meidenavond
~
het gouden randje
rond haar goede borden 
moeders erwtensoep
~
De Vasten halfweg.
Boven geploegde akkers,
biddende valken.

> Luchtig taalspel en subtiele personificatie
Hoewel haiku streeft naar een objectieve weergave van de dingen, blijft het wel poëzie en is er een zekere ruimte voor taalspel, op een subtiele wijze. Hetzelfde geldt voor personificatie. Indien correct en met mate toegepast, kan het een haiku verrijken en een fijne luchtigheid geven; maar overdaad schaadt.
Enkele voorbeelden:
~
Een zilverreiger.
De gedachte in mijn hoofd
klapwiekt met hem weg.
~
De lenteschoonmaak.
Een eekhoorntje in de tuin
stoft wat takken af.
~
zilvermeeuwen —
de winterwind blaast zomaar
hun gekrijs weg
~

na het tuinfeestje
de glazen op tafel
vol met maanlicht

> Vermijd metaforen, spreekwoorden en woordgrapjes
Omdat een haiku zo kort is, worden spreekwoorden en directe metaforen best vermeden omdat ze al snel het gedicht kunnen overheersen, waardoor de lijn met andere korte dichtvormen zoals aforismen en epigrammen erg dun wordt. Hetzelfde geldt voor directe of te opzichtige woordgrapjes. Een haiku is geen kalenderspreuk.
Vaak zal een haiku in zijn geheel wel een metaforisch gevoel oproepen of een komische ondertoon hebben, maar zoals steeds moet het voldoende subtiel en impliciet zijn.
~
opschietend loof —
de gaatjes in haar glimlach
alweer opgevuld

~
koekjesafdeling —
ze kiest voor de doos
met het leukste dier
~

> Natuur en seizoenwoorden
Haiku heeft traditioneel een sterke band met de natuur en de natuur is ook een grote bron van inspiratie voor haikudichters. In het Oude Japan bestonden lange lijsten van officiële seizoenwoorden (saijiki) die gebruikt moesten worden.
Seizoenwoorden zijn uiteraard afhankelijk van waar je woont op de wereld of waar je een bepaalde haiku schrijft. Tegenwoordig spelen haiku’s zich vaker af in een puur menselijke omgeving en context — een ‘menselijke’ natuur — door de tijd waarin we leven en onze veranderende levenswijze ten opzichte van enkele decennia geleden. En dat kan prima. Toch blijven natuur en seizoenwoorden een krachtig, mooi en nuttig middel om je haiku context en gelaagdheid te geven, door de lezer direct te situeren en de witruimte al kleur, temperatuur en connotatie te geven. Denk bijvoorbeeld aan ‘kerstboom’ of ‘strandbal’ en hoeveel die woorden bewust en onbewust bij je losmaken.
Enkele voorbeelden van directe en indirecte seizoenwoorden:

~
Novemberochtend.
De andere wandelaars
ook zonder handen.
~
sapmaan 
de glans van ochtendrijp
op pruimenbloesems
~
middagschaduw 
het zachte tinkelen
van ijsblokjes
~
Allerheiligen.
De kleuren van chrysanten
naast zwart-wit foto’s.
~

Zoals reeds gezegd in het begin, heeft deze korte gids als doel te wijzen op de eigenheid en de ziel van haiku en om te vermijden dat onze eigen westerse dichtvormen, stijlfiguren en visies op poëzie teveel hun stempel gaan drukken op de unieke, prachtige en krachtige dichtvorm die haiku is. Het volgen van de gids zal daar zeker en vast bij helpen.
Tegelijk blijft haiku ook poëzie, wordt het beoefend en beleefd door mensen en heeft het weinig baat bij absolute visies en hardnekkige dogma’s.
Wie aan haiku wil doen, doe het met liefde en passie, op basis van een goede kennis, maar vooral ook met veel plezier.