
Elk seizoen schrijven we binnen de facebook-groep Haikudingen samen een traditioneel Japans kettinggedicht — een renga —waarbij de dichters beurtelings een schakel van 5-7-5 en
7-7 schrijven.
De afzonderlijke verzen zijn op een of andere manier gelinkt aan elkaar, waardoor het kettinggedicht een zekere samenhang vertoont en uiteindelijk een mooi geheel vormt.
———
RENGA LENTE 2026
Deelnemers: Herwig Stas, Marijke Houwink, Marijke Verachtert, Pol Laporte, Miet De Bruyn, Michael Pappafava, Bunbuk Chagama, Maaike Rijks, Dirk Dietvorst, Liezet Boelanders, Saskia Van Bastelaere, Gerda Duchateau, Katelijk Bombeke, Fons Leyssens, Isabelle Cauwels, Brigitte Goemaere, Katleen Keulemans, Yves Peeters.
~
Een rosse kat schudt
de laatste kou uit haar vacht.
De lente is daar.
~
Door de takken kleurt de dag
in oranjegloed open.
~
Blootvoets huppelen
op het berijpte gazon.
De lente kriebelt.
~
Oh, kijk! Zijn blauwe veertjes;
de gaai plots zo héél dichtbij!
~
In de ochtendmist
nog takken zonder knoppen.
De edelherten.
~
Het meisje springt in de lucht
met een onzichtbaar touwtje.
~
Samen klauteren,
om ter eerste bovenaan!
Roetsj! En weer klimmen.
~
In haar mandje ligt de kat
de voorjaarszon te stelen.
~
Op wintersloffen
schuifelt vader door de tuin.
Geurende bloesems.
~
Zelfs na de snoei geuren ze;
zwoele oranjebloesems.
~
Zie hen dartelen
naar de open weiden en
fris gras; koeiendans.
~
De leeuwerik zingt zijn lied
boven het dansende gras.
~
In zijn cabrio,
zoekend naar de handleiding.
Aprilse grillen.
~
Het getik van naaldhakken,
schuilen voor een hagelbui.
~
De ochtendwekker
nu op een nieuwe zender;
radio merel.
~
Kijk, de zachte ochtendgloed
gehuld in een laagje dauw.
~
Alles monotoon;
zij kan alleen luisteren.
Verhullende mist.
~
het hemelsblauw gespiegeld —
vergeet-mij-nietjes in bloei.
———
RENGA ZOMER 2026
Deelnemers: Herwig Stas, Marijke Houwink, Marijke Verachtert, Miet De Bruyn, Michael Pappafava, Maaike Rijks, Dirk Dietvorst, Liezet Boelanders, Saskia Van Bastelaere, Gerda Duchateau, Katelijk Bombeke, Fons Leyssens, Isabelle Cauwels, Katleen Keulemans, Yves Peeters.
~
Het koren blikkert
in de warmte van de zon.
De wind ruist een lied.
~
Twee herten aan de veldrand,
wakend over hun kalfje.
~
Laatste verkoeling
ingepalmd door onze poes;
de ventilator.
~
Ons picknickdeken gespreid
aan de voet van een plataan.
~
Met zijn open bek
koelt een kauw af op het gras.
Ijskoude cola.
~
Zwoele avonden gevuld
met honingzoete geuren.
~
Een fietsbel rinkelt
en op straat klinken stemmen.
Vrienden gaan uiteen.
~
De ijsblokjes klingelen,
weerkaatsen het avondlicht.
~
Vuurrode sluimer —
de nacht veegt schaduwen weg
en een leeuwerik.
~
De kreten van een bosuil,
schemerend leven ontwaakt.
~
Al de beschrijving
van haar droomwoning later.
Zwevend distelpluis.
~
In de hevige hitte
wuiven waaiers warmte weg.
~
De gieter is lek,
aan de slag met emmertjes.
Geknakte rozen.
~
De stilte uit de avond
door wandelaars genomen.
~
Vogelverschrikker,
zwaait met zijn losse mouwen.
Mussengekwetter.
~
Hij slaat zijn vleugels al uit,
boven in het grote nest.
———