SCHRIJFOPDRACHTEN

Periodiek worden in de facebook-groep opdrachten of thema’s geplaatst, om gericht haiku’s te schrijven over een bepaald onderwerp of met specifieke parameters. Om de vaardigheden aan te scherpen, maar vooral ook voor het plezier.

———

ZWALUWEN (23/05/2026)
Bij deze opdracht moest de zwaluw als seizoenwoord gebruikt woorden, waarbij gestreefd moest worden naar zoveel mogelijk ‘lezen tussen de regels’.

~
Over immense
akkers zijn tuimelingen
zien. De gierzwaluw.

— Gerda Duchateau
~
Rond de hengelaar,
de steile duikvluchten van
oeverzwaluwen.

— Fons Leyssens
~
Daarginds een zwaluw,
een flits achter het schuurtje.
Plots zin in Chinees.

— Dirk Dietvorst
~
Op hoge tonen
en met spitse vleugelslag,
het zwaluwgezang.

— Marijke Verachtert
~
de eerste zwaluw —
na hem volgt een colonne
met veel gesnater
de zomer gaat naderen
het paren niet van de lucht

— Levina Levja
~
Als muzieknoten
op die telegraafdraden;
een zwaluw, nog één.

— Kim De Oude
~
open staldeur —
een zwaluw brengt de avond
mee naar binnen

— Pol Laporte
~
de eerste zwaluw
we staan in grootvaders tuin
omhoog te kijken

— Isabelle Cauwels
~
Zwaluw in de lucht,
nieuw leven in haar nestje.
Daar is de lente!

— Katleen Keulemans
~
winter maakt rust
zachter vol drang naar lente
zwaluw keert terug

— Jan De Blieck
~
na een wereldreis
op dezelfde draad landen
onze zwaluwen

— Katelijn Bombeke
~
zwaluwstaartjes —
de laatste zonnestralen
doorgeknipt

— Michael Pappafava

———

KLAPROZEN (08/05/2026)
In deze opdracht moest de klaproos gebruikt worden op zo’n manier dat ze zoveel mogelijk impliciete gevoelens en betekenis aan een haiku toevoegt.

~
wielervrienden
in een bocht van de weg
die klaprozen

— Isabelle Cauwels
~
Familiefoto.
Tussen al de klaprozen
ook één rood kleedje.

— Liezet Boelanders
~
Na de regendag,
het felle avondrood van
een veld klaprozen.

— Fons Leyssens
~
teder rode bloem
bloedend hart van flanders fields
rijen klaprozen

— Jan De Blieck
~
de felle trekjes
die ze van haar moeder heeft —
wilde klaprozen

— Michael Pappafava
~
gevangenis —
tussen de tralies breekt
een klaproos uit

— Bunbuk Chagama
~
Op de steenhopen
nog bloeiende klaprozen.
Niets gaat verloren.

— Marijke Verachtert
~
Klaprozen blozen.
Met hun fluwelen stemmen
drijven wolkjes mee.

— Dirk Dietvorst
~
Vergeten plekken
koud van bloed, staal en schreeuwen.
Klaproos op het spoor.

— Kim De Oude
~
ruisend in de wind
krijgt het gras een rode gloed
papaverveld

— Levina Levja
~
De blik van mijn kind —
het boeket klaprozen
verlept in haar hand.

— Marijke Houwink
~
Klaprozen wiegen
in mijn herinneringen;
namen in de wind.

— Herwig Stas

———

BLOEMENMAAN (26/04/2026)
Bij deze opdracht moest de volle maan van mei de bloemenmaan gebruikt worden op zo’n manier dat er maximaal gebruikt gemaakt werd van de connotaties en onderliggende betekenislaagjes van de bloemenmaan als seizoenwoord.

~
Met een kusmondje
de kaarsjes uitgeblazen.
Bloemenmaan vannacht.

— Marijke Houwink
~
Wiegende tulpen;
ook zij tonen hun kleuren
aan de bloemenmaan.

— Gerda Duchateau
~
In de lindendreef,
heel af en toe wat flarden
van de bloemenmaan,

— Fons Leyssens
~
bloemenmaan —
in het voorbijgaan
haar zoete parfum

— Michael Pappafava
~
ons besluit staat vast:
we nemen er nog een kindje bij —
bloemenmaan

— Guido De Pelsmaeker
~
naast de bloemenmaan
in het hart van Schorpioen
de reus Antares

— Isabelle Cauwels
~
Milde bloemenmaan
schijnt ook in de kale stadstuin.
Vol paardenbloemen.

— Kim De Oude
~
bloemenmaan —
tussen de stoeptegels
paardenbloemen

— Bunbuk Chagama
~
Helle bloemenmaan
licht de straatplaveien bij
op mijn verder pad.

— Dirk Dietvorst

———

PERSONIFICATIE (12/04/’26)
Bij deze opdracht moest er opzettelijk personificatie gebruikt worden, maar subtiel en eerder impliciet, zonder dat het alle aandacht opeist binnen de haiku.

~
Het theeketeltje,
pruttelend en borrelend,
fluit om mijn aandacht.

— Nathalie Conaert
~
Een kievit stijgt op.
Zijn acrobatie verdwijnt
in de ochtendzon.

— Gerda Duchateau
~
tussen meiklokjes
doet één fiere paardenbloem
zijn stinkende best

— Isabelle Cauwels
~
De stem van de zee
onophoudelijk zingend.
Verliefde blikken.

— Liezet Boelanders
~
bloesem
voor de kerk —
op haar paasbest

— Bunbuk Chagama
~
in de lentezon
gaan de tulpen rooskleurig
totaal uit hun bol

— Levina Levja
~
De mol bouwt vannacht.
Mijn gazon zucht onder druk;
werf zonder einde.

— Herwig Stas
~
De wijze karpers,
ze houden steeds het midden
in de visvijver.

— Fons Leyssens
~
Avondtafereel —
uitzinnig dansen motten
rond een lampion.

— Dirk Dietvorst
~
Fietslamp knipoogt naar
een grijze limousine.
Te hoog gegrepen.

— Kim De Oude
~
Aprilse ochtend.
Een paar huismusjes kuisen
de dakgoten uit.

— Michael Pappafava
~
met lange vingers
strijkt de late avondzon
door zijn pluizenbol

— Katelijn Bombeke

———

ZOMERUUR (28/03/’26)
Deze weekopdracht ging over het zomeruur en hoe het verzetten van de klokken impact heeft op de grote en kleine dingen des leven.

~
Hoor! Een bonte specht
in de boom bij de buren.
Samen ontbijten.

— Miet De Bruyn
~
Het staat in de krant:
de klok steelt het zomeruur!
De tijd lacht erom.

— Kim De Oude
~
Een dauwwandeling
met een extra warme fleece.
Zomeruur.

— Gerda Duchateau
~
zomertijd
in de late morgen
rijp op het gras

— Nel Goudriaan
~
Zijn verjaardagsfeest
een uurtje eerder vieren.
Zomeruur.

— Brigitte Goemaere
~
Benevelde zon,
nog laag over de velden
met het zomeruur.

— Marijke Verachtert
~
De haan, helemaal
van slag; houdt halsstarrig vast
aan het winteruur.

— Dirk Dietvorst
~
Wakkergefloten
door merel en roodborstje
een uurtje te vroeg?

— Yves Peeters
~
Bij het ontwaken
nog even in de war zijn;
Eén klok niet verzet.

— Liezet Boelanders
~
De ochtendschaduw,
weer die lange, slanke vent.
Aanvang zomeruur.

— Fons Leyssens
~
diep onder dekbed
laat men klok zijn werk doen
de tijd vooruit

— Levina Levja
~
Zomeruur en spits
in de ochtendschemering.
Rennende reeën.

— Katelijn Bombeke
~
zomertijd
na een lange winter
hangt de klok weer recht

— Isabelle Cauwels
~
zomeruur
in de vroege mis
lege banken

— Bunbuk Chagama
~
De klokken verzet.
Mijn eerste koffie weer in
een schemerzone.

— Michael Pappafava

———

WIND ZONDER WIND (20/03/’26)
Bij deze opdracht moesten haiku’s geschreven worden waarin wind (al dan niet) aanwezig was zonder die expliciet te benoemen.
~
Een rozig deken
gespreid over heel de straat.
De kerselaren.

— Liezet Boelanders
~
lentestorm
onder de prunus
een roze kleed

— Nel Goudriaan
~
Op de terugweg
een zacht duwtje in de rug.
Verse pistolets…

— Michael Pappafava
~
Tot de doffer komt
wiebelt de duif op haar tak.
De bomen ruisen.

— Yves Peeters
~
woelige zee –
op en neer de meeuwen
met de boot

— Bunbuk Chagama
~
Het golvende gras.
Hoog boven de groene zee
zingt een leeuwerik.

— Katelijn Bombeke
~
lenteschoonmaak
door wijdopen ramen
dwarrelen bloesems

— Isabelle Cauwels
~
Schuimkoppen breken
op de steile rots. Meeuwen,
hun scherpe gekrijs.

Gerda Duchateau
~
Wolken vertellen
een verhaal zonder woorden —
schrijden hoog verder.

Dirk Dietvorst
~
Tijdens het schuilen,
zijn achtste pint aan de toog.
De bui blijft hangen.

— Fons Leyssens
~
De winterjacks uit —
in een duinpan dampende
mokken met koffie.

— Marijke Houwink

———

EEN NIEUW BEGIN (11/03/’26)
In het kader van de opdracht ‘een nieuw begin’, moesten lentehaiku’s geschreven worden die zowel een natuurlijk als een menselijk aspect bevatten.
~
Gehurkt in het gras,
streelt zij zacht de blaadjes van
de magnolia.

Gerda Duchateau
~
Met blote benen
doorheen de weiden stappen.
Kievitengezang.

Liezet Boelanders
~
Leunend op haar schop;
een bijna lege border
in de volle zon.

Saskia Van Bastelaere
~
Van ’s morgens vroeg
tot in de late uren,
fluiten ze lente.

— Marijke Verachtert
~
Ieder jaar opnieuw;
dat roodborstje op het hek
luidt de lente in.

Yves Peeters
~
De krentenboompjes,
elke dag weer gaan kijken —
wachten op bloesems.

— Katelijn Bombeke
~
Twee winterjassen
op een bankje naast elkaar —
de lente kriebelt.

— Pol Laporte
~
In de rusthuistuin,
ze waagt zich even tussen
de jonge blaadjes.

Fons Leyssens
~
Warme lentewind.
De kat schudt haar wintervacht;
pluisjes aan mijn mouw.

Herwig Stas
~
Ontloken krokus —
in stil gebed verheven.
Wij, weer hand in hand.

Dirk Dietvorst
~
bij merelgezang
winterse plooien
uit t-shirts strijken

Michael Pappafava
~
engelenbeeld
op zijn viool
een vogel

— Bunbuk Chagama

———